Gedicht: Wala

door Susan Abulhawa © Hierbij gepubliceerd met toestemming

 

Het is 3 uur in de nacht
In de vee kooi

De rij is lang
En volgepropt
Met lichamen

Je wacht

Een jibneh sandwich
Met komkommer
In een plastic zakje                                                                                                              

In de stevige greep van je eeltige werkmanshand

Je vrouw maakte je ontbijt en middagmaal klaar
Ze stond als eerste op
En samen hebben jullie, de salat van de dageraad gebeden

Ze kuste je gezicht en zei
Allah ma’ak ya habibi 
Moge Allah met je zijn, mijn liefste

Je kust de gezichten van je slapende baby’s
Je hebt ze in maanden niet meer wakker gezien
En je vraagt je af
Is Walid’s stem al aan het breken?
Zijn Wijdad’s heupen al breder geworden?
Hoe stralend was Suraya’s glimlach toen ze thuiskwam
met haar rapport?

Het is 4 uur in de vroege ochtend
In de vee kooi

Je wacht nog steeds
De rij voor je is nog zo lang
En nu is de rij achter je nog langer

Er zijn er maar een paar die praten

Jullie zijn zo verdomd dicht op dicht op elkaar gepakt

Dat jullie elkaar overeind houden

Je ziet je eigen vermoeidheid
Weerspiegeld in de uitputting die geëtst staat op
De gezichten overal om je heen

Je kijkt weg
Je smacht naar een sigaret
Maar wie kan zich dat verdomme veroorloven?

Je staart naar de graffiti achter de
Ijzeren tralies die je omsluiten
Speciaal voor jou
Geschreven                                                                                                                               

Door zionistische kolonisten die de adem uit je longen zuigen

Je begrijpt de betekenis
Van hun Engelse woorden
“Die Sand Niggers” (“Val dood Zandnegers)

Soms
Smacht je ook dààr naar.

Het is 5 uur in de vroege ochtend
In de vee kooi

De soldaten arriveren
Er komt wat rek in de rij
Je zet één stap vooruit                                                                                                       

Voortgestuwd door het gewicht van de lichamen

Achter je

Je jibneh sandwich
Met komkommer
In een plastic zakje
Is geplet.
Die is nog nooit heel gebleven

Het is 7 uur ‘s morgens
In de vee kooi

Nu is het jouw beurt
Je haalt je papieren tevoorschijn
Vouwt ze uit en vouwt ze terug op
Je blik op je schoenen
Je hart in je schoenen
Je schoenen hebben betere tijden gekend

Maar
Je bent uit de rij
Vóór jou werden vijftien mannen naar de kant getrokken
En je probeerde niet te kijken
Niet die ene te horen smeken
Sla me niet

Het is half 8 ‘s morgens
In de veevervoer bus

Je rijdt
Door het land dat ze van jou gestolen hebben
Dat buiten je raam bezaaid wordt
En je ziet in gedachten
De man die je geweest zou zijn
De man die je had moeten zijn
Daar buiten
Rijdend op de hengst van de boerderij
Of op één van de volbloedmerries die je grootvader
Fokte en verzorgde en liefhad
In een Palestina
On-aangerand
Niet-gestolen

Het is 8 uur ‘s morgens
Je stapt uit de veevervoer bus
Je geplette jibneh sandwich
Met komkommer
In een plastic zakje
In één hand

Je blik op je schoenen
Je hart in je schoenen
Je zet je gereedschapskist neer om te kloppen
Op de achterdeur van de zionistische kolonist
Waar de bedienden door moeten

Maar

De zionistische kolonist boss-man schreeuwt
Wala
Mish hon el yom! 

Daar niet vandaag
Boy! (Jongen!)

En het enige wat je kunt doen is Allah danken dat je
Vrouw en je baby’s er niet zijn
Om te horen hoe hij je noemt
Wala

 

© Palestina Solidariteit vzw 2016