Knesset maakt onderscheid tussen christelijke en islamitische Palestijnen

 

Op maandag 24 februari 2014 keurde de Knesset een controversiële wet goed, die volgens de indiener Yariv Levin (Likoed) als doel heeft om een onderscheid te maken tussen de islamitische en christelijke Arabische burgers en de betrokkenheid van de christenen in de Israëlische samenleving te verhogen.

Critici veroordelen de wet omdat die een poging is om de Palestijnse bevolking van het land te verdelen en te overheersen.  Yariv Levin bevestigt dat dit de bedoeling van de wet is.

Op het eerste zicht lijkt er slechts een kleine verandering te komen in de wet over de samenstelling van de openbare adviesraad, die onder de ‘Equal Employment Opportunities’ wet van 1988 valt.  In plaats van vijf leden zal het panel nu uit 10 leden bestaan die de groepen vertegenwoordigen om de rechten van de werknemers te promoten.  Er zullen  christelijke, islamitische, Druzen- en Circassische vertegenwoordigers zijn.
 

31 Knesset-leden stemden voor de wet, 6 tegen.  De wet werd aangenomen, hoewel de commissaris voor ‘Equal Employment Opportunity’ Tziona Koenig-Yair zelf tegen was.  Twee weken geleden zei ze nog dat ze de wet overbodig vond: “Zo zou ik ook geen interesse hebben in een aparte vertegenwoordiging voor Litouwse Haredim en Sefardische Haredim.  Bovendien zijn er geen groepen die werkgelegenheid promoten voor verschillende sectoren binnen de Arabische bevolkingsgroep, alleen voor de Arabische bevolking in zijn geheel.”


Haim Katz , voorzitter van het Knesset-comité voor Arbeid, Welzijn en Gezondheid introduceerde de wet in het plenum: "Het doel is om te zorgen voor bevolkingsgroepen die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt en hen een vertegenwoordiging te geven in de adviescommissie."

De oppositie in de Knesset werd echter niet overtuigd: "Misschien moeten we ook de joodse bevolking verdelen in Poolse, Jemenitische en Marokkaanse joden?" vroeg Meretz voorzitster Zahava Gal-On.  Issawi Freij (Meretz) voegt toe: "In wezen zitten we nu in een situatie waarin een poging wordt gedaan om de staat te definiëren volgens de religies. Men probeert hier te zeggen dat er een verschil is tussen islamitische Arabieren en christelijke Arabieren."

De wet komt er na enkele weken van verhit debat in de arbeidscommissie.  In de laatste discussie van twee weken geleden bekritiseerde Jamal Zahalka (partijvoorzitter van Balad) Levin: “De rechten van de Arabieren interesseren Yariv Levin niet, er is geen specifiek christelijk of Druzisch probleem qua werkgelegenheid, wel een probleem met de algemene Arabische bevolking. Levin is geïnteresseerd in het wreed verdelen van de Arabische bevolking, dat momenteel al onderdrukt wordt. We zullen niet als zijn lakeien optreden."

In een interview van een paar weken geleden aan de krant Maariv bevestigde Levin zijn intentie om een wetgeving op te stellen die een onderscheid zou creëren tussen de christelijke Arabische bevolking (die hij zelf enkel "christelijk" noemt) en de moslimbevolking.

In het interview zei Levin: "Mijn wetgeving zal een aparte vertegenwoordiging en aparte aandacht voor de christelijke bevolking bewerkstelligen, los van de islamitische Arabieren (...)  Dit is een historische en belangrijke stap die de staat Israël kan helpen om zijn evenwicht te bewaren en ons verbindt met de christenen.  Ik ben er voorzichtig in om hen niet Arabieren te noemen omdat zij geen Arabieren zijn.  Christenen kunnen directeuren van overheidsbedrijven worden, ze zullen een aparte vertegenwoordiging in de lokale overheid krijgen en ze zullen gelijke kansen op werk krijgen. De eerste wet die ik zal doorvoeren zal christenen een vertegenwoordiging geven in de adviesraad van de Equal Employment Opportunity Commission."

Hij voegde eraan toe: "Wij en de christenen hebben veel gemeen.  Ze zijn onze natuurlijke bondgenoten, een tegenwicht tegen de moslims die het land van binnenuit willen vernietigen. Tegelijkertijd zenden we deze boodschap: We zullen een ijzeren hand gebruiken en nultolerantie tonen tegenover Arabieren die zich identificeren met de terreur van de Palestijnse staat."

 

(naar een artikel van Haaretz, di 25 febr. 2014)

 

Share

© Palestina Solidariteit vzw 2016