PERSBERICHT Sharon, die meer dan bloed aan de handen heeft

De Israëlische militair en politicus Ariël Sharon, die op 11 januari jl. overleden is, heeft een lange reeks moordpartijen op zijn geweten. In 1953 blaast hij 42 huizen op in het dorp Qibiya, vaak met de inwoners erin. 69 mensen werden toen vermoord, overwegend vrouwen en kinderen.

In 1956, tijdens de Suez oorlog, is Sharon verantwoordelijk voor de standrechtelijke executie van 273 Egyptische krijgsgevangenen.

Tussen 1969 en 1971 laat hij in de Gazastrook 2.000 huizen door bulldozers platwalsen, soms met de inwoners erin. Dit gebeurt als represaille tegen het verzet, en om plaats te maken voor joodse kolonisten. Het is van toen dat zijn bijnaam 'De Bulldozer' dateert.

In 1976 wil hij de Palestijnse bedoeïenen wegpesten van hun landerijen in de Negeb en ze zo concentreren in een getto ten noordoosten van Bersheba. De Green Patrol sloopt 'illegale' huizen, slacht 'illegaal' vee af en sproeit vanuit de lucht insecticiden op de velden, vaak terwijl de mensen er nog op werken.

In 1977 steunde hij als minister van Landbouw de beweging van de kolonisten om zo de oprichting van een Palestijnse staat onmogelijk te maken.

In 1982 stuurt Sharon het leger Libanon in, om er de PLO (de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie ) te vernietigen. Het opzet lukt niet, maar Yasser Arafat en zijn PLO moeten Libanon wel verlaten. De Palestijnse vluchtelingen blijven in hun kampen zonder bescherming. De Falangisten, een fascistische militie die getraind wordt door Israël, doodt in de vluchtelingenkampen Sabra en Chatilla (Beiroet), volgens het Rode Kruis, 2 750 mensen. Het Israëlische leger had de kampen omsingeld zodat de mensen niet konden wegvluchten. De Kahan-commissie, een officiële Israëlische onderzoekscommissie, legde later de morele verantwoordelijkheid voor de slachting bij Sharon. Hij moest ontslag nemen als minister van Defensie.

In september 2000 maakt hij zijn provocerende wandeling aan de Al-Aqsamoskee op het Haram al Sharif in Oost-Jeruzalem. Hiermee ontketent hij de Tweede Intifada, de Palestijnse volksopstand. In februari 2001 wordt hij eerste minister, een jaar later valt hij de Palestijnse steden op de Westelijke Jordaanoever binnen en vernietigt er massaal rioleringen, wegen, gebouwen, politiekantoren, enz. In het vluchtelingenkamp van Jenin voeren de Palestijnen heldhaftig weerstand. Tientallen Palestijnen worden er gedood maar Sharon weigert elke onderzoekscommissie.

Sharon heeft méér dan bloed aan zijn handen!

Palestina Solidariteit roept op om de historische feiten niet te minimaliseren, want zijn opvolgers volgen zijn voorbeeld met een keiharde politiek van kolonisatie, geweld, discriminatie, bombardementen en misdaden tegen de menselijkheid.

Palestina Solidariteit

Brussel

12-01-2014

Meer info: zie artikel van Lucas Cahterine op:

http://www.palestinasolidariteit.be/content/sharon-de-man-van-geweld-en-geld

© Palestina Solidariteit vzw 2016